Veel levens geleid. Veel dingen gedaan. Veel plaatsen bewoond. Nieuwe vriendschappen gesmeed. Mijn best gedaan. Opleidingen getrotseerd. Mijn anker uitgegooid. Mijn routine omhelsd.

Maar mijn wortels. Mijn wortels werden steeds weer uitgerukt. Ik groeide nieuwe. Maar die mochten niet schieten. Ik deed mijn best. Keer op keer op keer.

Steeds kwam jouw hand. Die rukte ze eruit. Mijn basis. Ik voedde mezelf. En toen kwam jij met jouw storm van onzekerheid. Bracht me aan het twijfelen. Bracht onzekerheid.

Je wenkte me. Je riep me naar je terug. Ik gehoorzaamde. Toonde mijn loyaliteit.

Keer op keer op keer sneed je mijn basis door. Bracht me naar onverschilligheid. Barmhartigheid voor jou maar niet voor mij.

Waar ben ik nu. Ik zie mijn nieuwe parel, mijn oase. Niet blij voor mij greep je naar mijn enkels.

Niet nog een keer. Niet nogmaals dit rantsoen. Verdedig nu mijn honk. Geen begrip, geen instemming van jou. Mijn vergif. Jij zei dat ik het jouwe was. Mijn vergif. Niet nog een keer.

Je sloot de deur. Verwierp mijn stabiliteit. Deed mijn wereld op slot. De slotenmaker jouw medeplichtige.

Mijn verdiende loon, je smeekte me. Mijn verdiende loon, maar of ik wilde helpen. Jouw verbinding vernieuwend, maar niet met mij.

Je hebt mij niet meer. Maar ik het nageslacht. Jij hebt niemand meer. Maar ik waar ik aan dacht toen ik jou vertelde dat ik mijn best zou doen. Jij bent niet meer binnen in het paradijs van mijn onzekerheid. Ik heb haar gevonden die jij niet voor je zag. Ik heb haar gevonden die liefdevol naar mij lacht.

Zelfs je moeder was niet begripvol. Zelfs zij draaide zich om. Mijn familie. Een fantasierijke echo. Mijn vrienden jouw nemesis. Mijn verdriet jouw voeding. Jouw waarheid, mijn vernietiging.

Mijn banden jouw destructie. Dus vernietigde je mij. Een kind zonder moeder. Een kind ongewenst.

Mijn huidige paradijs jou een brug te ver. Je vernietigde de rest. Wenste mijn destructie tevergeefs. Ik ben nu de sterkste. Twee nul achterstand voor jou. Ik ben nu de geliefde. Jij een echo van verdriet. Ik heb nu de keten die jij steeds verbrak.

Mijn hoop vernietigd. Maar wederopgebouwd. Mijn tranen vernietigd. Door de vrouw die jij niet kon zijn. De boom des levens. Maar niet meer in jouw hof. Wat jij ooit vernietigde kwam in mijn tuin op. De hoop opgevend keerde jij je om. De droom der toekomst die zonder jou begon.

Het is beter zo.